Deze wandeling met schrijfcoach Annelies begon bij het station in Amersfoort. De zon scheen en de lucht was fris, een heerlijke nazomerdag. Ik wilde leren om op andere manieren te schrijven dan doelgericht en logisch, zoals ik gewend ben in mijn werk als onderzoeker. Ik denk daarmee ook andere bronnen aan te boren dan alleen het bewuste denken of redeneren. Daarom ben ik heel benieuwd wat we gaan doen en ik vind het ook wel spannend: misschien ben ik wel helemaal niet creatief en kan ik helemaal niet open staan voor onverwachte gevoelens en gedachten, zit ik al veel te lang opgesloten in mijn hoofd.

De opdracht is simpel: we gaan in stilte wandelen. Af en toe staan we stil en dan schrijf ik wat er in me opkomt. Of misschien was er ook nog de tip om alle zintuigen open te zetten. Maar zo eenvoudig als de opdracht klinkt is het niet om hem uit te voeren. In mijn hoofd in elk geval niet. Mijn aannames beginnen te werken. Dit gaat er allemaal rond in mijn hoofd: “Dit moet ik nu zo goed mogelijk doen. Ik moet voelen, o ja, ik voel de wind op mijn armen. Ik moet ook luisteren, ja, ik hoor en voel de eikels knerpen onder mijn voeten. Welke zintuigen zijn er nog meer? O ja, kijken, ik zie de bomen, de blauwe lucht, ik kijk naar huizen, daken, auto’s, lees de opschriften op busjes en probeer alles te onthouden, want ik moet immers zo meteen iets schrijven. En dat moet natuurlijk ergens over gaan. En ruiken, dat moet ook nog, ik ruik een hooigeur. Grappig hoe die samengaat met de paddenstoelen die ik hier en daar al zie, zomer en herfst door elkaar”.
We staan stil, ik schrijf iets over een ginkgoboom en een rode beuk en dat het een paradox is als je zegt dat je ergens open voor moet staan. We lopen door, en staan stil bij een kruispunt. Daar staan mensen in de berm met een camera op een statief met schijnbaar niks bijzonders dat in beeld van de camera staat. Gek genoeg schrijf ik daar niets over. Het woord Centrum op een wegwijzer pakt me op de een of andere manier en ik schrijf op dat ik ook meer naar mijn eigen centrum wil, dat ik wil schrijven vanuit mijn hart en dat het misschien niet altijd zinnig hoeft te zijn. Ik schrijf op: “Mag het ook een keer lekker onzinnig zijn?”.
Dat is een beetje een keerpunt, ik begin er lol in te krijgen. Helemaal als we stoppen bij een mini-bibliotheekje en een kapotte leunstoel in de middenberm. Die twee bij elkaar op de openbare weg zijn een fijne verrassing, een associatie met heerlijk zitten lezen. Zomaar een boek te mogen pakken of ruilen. Stel dat je hier woont en je gaat elke dag even kijken wat er nu weer in het boekenkastje zit. Er komt een jeugdherinnering boven van een automaat op een camping in Italië, waar kleine doosjes met Disney-poppetjes in zaten die je met 100 lire eruit kon halen. Als je een bepaald poppetje wilde hebben, moest je wachten tot het onderaan zat, én erbij zijn voordat een ander het eruit had gehaald. Het was een spel om elke dag even te gaan kijken of je het geluk had dat het goede poppetje onderaan zat en dat jij dan degene was die het eruit kon halen.
Ik denk dat dat de essentie is van wat ik op deze wandeling heb geleerd: ik wil schrijven (en ook werken) meer zien als een spel. Meer alle indrukken laten komen, er vaker even bij stil staan. Wat er dan allemaal boven komt kan dan zomaar ineens het poppetje zijn waar je op zat te wachten.

Ha Petta,
Na een week vol wandelen – de laatste week in onze Franse famuliehuis dat zo goed als verkocht is – besef ik eens te meer dat wandelen de ultieme vorm is van waardering van wat zich aandient. Oog in oog met een vos, een velduil, een kluwen wantsen in de bast van een vermolmde eik. Allemaal kleine verrasingen in het moment die een nieuwe lading geven aan het begrp emergentie. Dank voor je blog! Wandelen kan altijd, overal en met iedereen en verrassing ligt ondet elke steen en om elkehoekk, zolang we maar met aandacht kijken. Dat besef maakt het afscheid van deze plaats, waar ik in 20 jaar zo gehecht aan ben geraakt dat het pijn doet, een beetje dragelijker xxxx
LikeLike
Precies Elles, en wandelen is iets wat we in corona-tijd, als we tenminste niet in quarantaine zijn, nog steeds kunnen blijven doen! Sterkte met het afscheid xxx
LikeLike
Hoi Petra
Ik weet niet of je hier op zit te wachten. Maar dit is wat bij mij op komt.
Je wilt graag open staan voorâ¦en tegelijk moet je zo veel. Van wie eigenlijk? Waarom denk je dat je niet lekker een boek kunt pakken of iets anders doen waar je zin in hebt?
De poppetjes: komt op mij over als een doelgerichte actie. Je wilt iets hebben en doet alle mogelijke moeite. Ook hier is het een moeten, van je zelfâ¦.
Open staan is gaan wandelen en zien wat er gebeurt en niet denken en moeten. Ik doe het met de wintersport wel eens. Naar buiten gaan op het moment dat je kriebel krijgt en niet bedenken waar je heen gaat. Bij elke splitsing een stap nemen en waarom???? Ik wil dan ook liefst alleen wandelen. Zijn en doen, zo iets.
Met vriendelijke groet,
José Eggink.
Drs J.J.M.H. Eggink|Stafbureau Onderwijs & Onderzoek | Hanzehogeschool Groningen | Zernikepark 4 | 9747 AN Groningen | kamer 1.07 |⢠06 14 90 41 92|werkt op ma-do, 9-15.
[cid:image005.png@01D52699.E18306D0] [cid:image006.png@01D52699.E18306D0] Green Team
LikeLike
Ha José, je zet me weer aan het denken! Ik moet inderdaad vrij veel van mezelf. Toch voelde het vroeger met die poppetjes niet als moeten, het was meer een spel, spannend om af en toe te gaan kijken of het al onderaan zat. Er zat ook een geluksfactor bij. En inderdaad, dat is iets anders dan gewoon gaan lopen en af en toe stil staan zonder vooropgezet plan en gewoon indrukken binnen laten komen. Dan kunnen er misschien ineens poppetjes komen waar je helemaal niet naar op zoek was, maar die wél leuk zijn. Of juist niet. Dat blijft een verrassing.
LikeLike